Marjolijn Wegdam-Blans

‘De brug vormen tussen kliniek en laboratorium’

Betrokkenheid

Al vrij snel in haar opleiding geneeskunde trok de casuïstiek van infectieziekten Marjolijn Wegdam-Blans (1970) aan. Een keuze tussen de specialisatie arts-microbioloog, GGD-arts of internist-infectuoloog was snel gemaakt. ‘Het feit dat je als arts-microbioloog geen eigen polikliniek hebt maar wel nauw betrokken bent bij de behandeling van patiënten sprak me aan.’

Q-koorts

Wegdam-Blans werkt vanaf 2009 bij stichting PAMM. Serologie – en dan in het bijzonder de anti-stofbepaling – vormt haar specifieke aandachtsgebied. Toen in 2009 de Q-koorts uitbrak, was ze daar dan ook zeer nauw bij betrokken. ‘In het geval van een uitbraak werken we intensief samen met artsen infectieziekten van de GGD Brabant Zuidoost. Daarnaast stellen we, in constant overleg met andere Nederlandse laboratoria en behandelaars, richtlijnen op voor de diagnostiek en behandeling van infectieziekten.’

Dwarsverbanden

Het werken bij een regionaal laboratorium als PAMM bevalt Wegdam zeer goed: ‘Doordat je voor een gehele regio werkzaam bent, vormt het een plek waar alle dwarsverbanden op infectiegebied samenkomen. Dat maakt dat we als laboratorium een spilfunctie vervullen. We kunnen de problematiek regionaal monitoren. Je bent de spin-in-het-web, waarbij je alle aspecten uit het vakgebied behandeld.’

Brugfunctie

Het vak van arts-microbioloog blijft Wegdam boeien. ‘Je vormt als arts-microbioloog een brugfunctie tussen twee specialismen: de kliniek en het laboratorium. We staan in zeer nauw contact met het laboratorium, halen onze ‘voeding’ daaruit. Vervolgens maken wij de juiste vertaalslag en zoeken naar de beste behandelmethode. Dat is de basis van ons vakgebied. Het vormt een mooi, geïntegreerd takenpakket.’